Hoe een warmtebeeldcamera voor koortsmeting gebruiken: handleiding

E
Erik Jansen
Thermografie-specialist & Redacteur
Warmtebeeldcamera voor Medisch en Veterinair Gebruik · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Een warmtebeeldcamera is ideaal om snel en contactloos temperaturen te meten, maar er schuilt een addertje onder het gras: zonder de juiste instellingen en werkwijze meet je vooral de omgeving in plaats van de persoon. Wil je betrouwbare koortsmetingen doen, dan moet je techniek en discipline combineren. Deze handleiding leert je precies hoe je een warmtebeeldcamera voor medische metingen instelt, gebruikt en verifieert. Je leert welke materialen je nodig hebt, hoe je de camera kalibreert, en hoe je veelgemaakte meetfouten voorkomt. We werken volgens de NEN-EN-ISO-13184-norm, de standaard voor niet-invasieve temperatuurscreening. Als je deze stappen volgt, heb je een betrouwbaar systeem dat zowel voor mensen als dieren (veterinair) werkt.

Materialen en voorwaarden: wat je nodig hebt

Voordat je start, zorg je dat je materiaal op orde is. Een half werkende opstelling levert onbetrouwbare data op en dat is precies wat je wilt voorkomen. Hieronder vind je een checklist met de essentiële spullen en de omgevingsvoorwaarden die je moet controleren.

  1. Thermische camera met medische precisie
    Kies een camera met een resolutie van minimaal 320 x 240 pixels en een thermische gevoeligheid (NETD) van minder dan 50 mK (0,05 K). Populaire modellen die hiervoor geschikt zijn: FLIR E6-XT, Hikmicro Pocket 2, of Seek Thermal Compact. Verwacht een prijsrange van €1.200 - €4.500 voor professionele medische toepassingen.
  2. Referentiebron (kalibratiebron)
    Een zwartstraler of kalibratie-lichaam met een bekende temperatuur (meestal 37,0°C ± 0,1°C). Dit is cruciaal voor het valideren van je metingen. Een goedkoper alternatief is een kalibratie-pen met een nauwkeurigheid van ±0,2°C.
  3. Meetomgeving
    Een binnenruimte met een stabiele omgevingstemperatuur tussen 18°C en 24°C. Voorkom tocht, direct zonlicht of sterke lichtbronnen die warmte afstralen. De luchtvochtigheid moet onder de 70% liggen om condensatie te voorkomen.
  4. Statief of stabiele ondergrond
    Voor vaste opstellingen: een statief met een 1/4"-20 aansluiting. Voor handheld metingen: een stabiele houding om trillingsbewegingen te minimaliseren. Een trillingsvrije opstelling is essentieel voor een scherp beeld.
  5. Accessoires
    Schoonmaakdoekjes voor de lens (microvezel), extra batterijen (minimaal 2x), en een geheugenkaart als de camera geen cloud-opslag heeft. Een lenskap beschermt tegen beschadigingen.
Expert tip: Koop een kalibratiebron die je apart kunt gebruiken voor je camera én voor je diergeneeskundige metingen. De emissiviteit van dierenhaar verschilt van menselijke huid, dus een aparte referentie helpt bij het instellen van de juiste emissiviteit.

Stap-voor-stap handleiding: meten en kalibreren

Deze handleiding gaat uit van een handheld meting, maar de principes gelden ook voor vaste opstellingen. We werken in vijf stappen.

Stap 1: Opwarmen en instellen van de camera

Houd rekening met een totale tijd van ongeveer 15 minuten voor de eerste opstelling en kalibratie.

Elke thermische sensor heeft tijd nodig om op stabiele temperatuur te komen. Zet de camera aan en laat hem minimaal 5 minuten opwarmen. Tijdens het opwarmen stel je de volgende parameters in:

Stap 2: Kalibratie met referentiebron

Veelgemaakte fout: Direct meten zonder de warmtecamera te laten acclimatiseren. Dit levert afwijkingen op tot 0,5°C in de eerste 10 minuten. Leg de kalibratiebron op ongeveer dezelfde hoogte als het te meten object. Richt de camera op de bron en meet de temperatuur.

De gemeten waarde moet binnen ±0,2°C van de referentiewaarde liggen. Is dit niet het geval, pas dan de emissiviteit of de afstandscompensatie aan tot de meting klopt.

Stap 3: Positie en hoek van het te meten object

Herhaal dit twee keer om stabiliteit te controleren. Tijdsindicatie: 3-5 minuten. Veelgemaakte fout: Vergeten om de afstandscompensatie in te schakelen bij metingen op meer dan 1 meter. Dit leidt tot een systematische onderschatting van de temperatuur.

Voor mensen: vraag de persoon om even stil te staan, het gezicht naar de camera te richten, en eventueel brillen af te zetten (glazen reflecteren warmte). Voor dieren: zorg dat het dier rustig is, bij voorkeur staand of liggend, en meet vanaf de zijkant van het hoofd of de liesstreek (bij grotere dieren). De camera moet loodrecht op het te meten oppervlak staan; raadpleeg de handleiding voor het correct configureren van uw FLIR-toestel. Een hoek van maximaal 15 graden is acceptabel.

Stap 4: Uitvoeren van de meting

Veelgemaakte fout: Schuin meten vanuit een hoek. Vergeet ook niet het meetbereik van de warmtebeeldcamera goed in te stellen; schuin meten vergroot namelijk het gemeten oppervlak en geeft een lagere temperatuur door stralingsverlies.

Richt de camera op het voorhoofd of het oog. Maak een serie van drie metingen per persoon/dier, met een interval van 10 seconden. Noteer de hoogste waarde.

De lichaamstemperatuur varieert namelijk licht door ademhaling en bloedtoevoer. Gebruik de camera’s “spotmeter” om precies op één punt te meten, niet de gemiddelde temperatuur van een gebied.

Veelgemaakte fout: Te snel meten na elkaar. Het huidoppervlak koelt licht af door verdamping en luchtstroom.

Stap 5: Registratie en interpretatie

Wacht dus die 10 seconden. Leg de metingen vast in een logboek of software. Voor screening geldt een drempelwaarde van 37,5°C als indicatie voor verhoogde temperatuur.

Onthoud dat dit een huidtemperatuur is, geen kerntemperatuur. Een correctie van 0,5°C kan nodig zijn om tot een schatting van de kerntemperatuur te komen, afhankelijk van omgevingstemperatuur en activiteit. Veelgemaakte fout: Directe koppeling van huidtemperatuur aan ziekte. Huidtemperatuur is een indicator, geen diagnose. Altijd combineren met andere signalen.

Pro-tip: Gebruik een externe kalibratiesensor (bijvoorbeeld een Fluke 568) om de meting te cross-checken. Dit verhoogt het vertrouwen in je metingen en is essentieel bij veterinaire metingen waarbij dieren zich moeilijk stil laten houden.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze oplost

Zelfs met de beste camera kun je de mist ingaan. Hieronder de meest voorkomende fouten en hoe je ze direct oplost.

Verificatie-checklist: is je meting betrouwbaar?

Gebruik deze checklist na elke meetronde om zeker te weten dat je metingen kloppen.

  1. Is de camera minimaal 5 minuten opgewarmd?
  2. Is de emissiviteit ingesteld op 0,98 (mens) of 0,90-0,95 (dier)?
  3. Is de kalibratiebron gemeten en binnen ±0,2°C afwijking?
  4. Is de afstand tot het doel tussen 0,5 en 1,5 meter?
  5. Is de lens schoon en vrij van reflecties?
  6. Is de omgevingstemperatuur tussen 18°C en 24°C?
  7. Zijn er minimaal 3 metingen per persoon/dier gedaan met 10 seconden interval?
  8. Is de hoogste gemeten waarde genoteerd?

Als je één vraag met “nee” moet beantwoorden, herhaal dan de kalibratie of de meting. Met deze checklist en de stappen uit deze handleiding kun je betrouwbare metingen uitvoeren die voldoen aan de professionele standaard. Of je nu een screening doet op kantoor, in een kliniek of in de dierenartspraktijk: discipline in de uitvoering is het verschil tussen bruikbare data en ruis.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Medische warmtebeeldcamera voor de zorg: complete gids 2026 →
E
Over Erik Jansen

Erik Jansen is thermografie-specialist met meer dan 15 jaar ervaring in bouwinspectie en industriële thermografie. Als gecertificeerd thermograaf (Level II) deelt hij zijn kennis over warmtebeeldcamera's, thermische analyse en praktische toepassingen.