7 veelgemaakte fouten bij wildtelling met een warmtebeeldcamera
Een wildtelling doen met een warmtebeeldcamera lijkt simpel: je richt, je ziet vormen en je telt.
Maar in de praktijk loop je al snel tegen de grenzen van de techniek aan. Het gevaar is dat je met een vals gevoel van zekerheid naar huis gaat.
Je mist dieren, of je telt ze dubbel. En dat terwijl een goede telling juist zo belangrijk is voor het beheer van je jachtgebied of natuurreservaat. De meeste fouten die je maakt, zijn niet de schuld van de camera. Ze zijn het gevolg van verkeerde instellingen of een verkeerde interpretatie van het beeld.
Met een paar slimme aanpassingen en een beter begrip van wat je ziet, verbeter je je tellingen direct.
Laten we de zeven meest voorkomende valkuilen eens doorlopen.
Fout 1: De verkeerde lens of resolutie voor de afstand
Je staat aan de rand van een weiland. Op 400 meter zie je een groep edelherten grazen.
Je pakt je warmtebeeldcamera, zoomt in en probeert individuen te tellen. Maar wat je ziet is een vage, bewegende vlek. De dieren lopen door elkaar en je kunt geen onderscheid maken tussen een schouder en een kop.
Dit is een klassieke beginnersfout. Waarom dit misgaat, is simpel.
De resolutie van je sensor en de brandpuntsafstand van je lens bepalen hoeveel pixels er op het dier vallen.
Te weinig pixels betekent een te lage resolutie op die afstand. Het resultaat is een onduidelijk beeld dat leidt tot schattingen in plaats van tellingen. De gevolgen: je onderschat de groep of je telt groepen die naast elkaar staan als één dier. Oplossing: Kies de juiste combinatie voor je doel. Voor open veld en grotere afstanden (tot 500 meter) is een verstelbare lens essentieel.
Een lens van bijvoorbeeld 75mm of meer geeft je de brandpuntsafstand om details op afstand te behouden. Kies daarnaast voor een hogere resolutie, zoals 640x512 pixels, zodat je bij inzoomen nog voldoende detail overhoudt. Een groothoeklens is prachtig voor overzicht, maar waardeloos voor het tellen van individuen op afstand.
Fout 2: De verkeerde kleurpalette en helderheid
Je loopt door een bos in de schemering. Je camera staat standaard op 'witheet' (White Hot).
Overal waar het groen is, is het koud. Je ziet een vorm die net iets warmer is dan de omgeving. Is dat een fazant die in de bladeren zit? Of is het een zandpad dat nog wat warmte vasthoudt?
Je bent aan het gissen. De kleuren in je beeld geven je niet de informatie die je nodig hebt.
Het probleem is dat je de beeldverwerking niet aanpast aan de omgeving.
'Witheet' is prima voor het vinden van warmtebronnen in een donkere omgeving, maar het doodt het contrast tussen dier en omgeving als de omgeving ook warmte uitstraalt. Je loopt belangrijke details mis, vooral bij dieren die minder contrast geven. Oplossing: Wees niet te trots om te wisselen van kleur. Gebruik paletten als 'Rood-Wit' of 'IJskoud' (Ironbow, Arctic) wanneer je in de schemering of nacht werkt.
Deze paletten geven meer nuance in het kleurverloop. Pas ook de helderheid en het contrast aan.
Je wilt de randen van de dieren scherp afgetekend zien tegen de achtergrond. Een kleine aanpassing van de 'Brightness' kan een dier dat anders onzichtbaar was ineens zichtbaar maken.
Fout 3: Je vergeet de omgevingstemperatuur te compenseren
Het is een koude, heldere nacht. Je zit op een hoge positie en kijkt uit over een vallei.
Je ziet overal warmtebronnen. De grond straalt nog warmte af van de zon overdag. De lucht is koud. Je camera meet de straling en zet die om in een beeld, maar let op voor onjuist gebruik van smartphone-apps.
Je probeert te tellen, maar je beeld is 'druk' en vol ruis. Je ziet spookwarmtebronnen. De camera meet straling, niet direct temperatuur.
Zonder rekening te houden met de omgevingstemperatuur en de emissie van het object, klopt de weergave niet.
Vooral bij lage temperatuurverschillen tussen dier en omgeving (zoals in de zomer of bij een warme voorjaarsnacht) verdwijnt het dier in de achtergrond. Je mist dieren die net onder je detectiegrens vallen. Oplossing: Gebruik actieve temperatuurcompensatie. Voer de omgevingstemperatuur handmatig in of laat de camera deze meten met een ingebouwde sensor.
De meeste professionele camera's hebben een functie voor NETD-waarde (Noise Equivalent Temperature Difference). Kies voor een camera met een NETD-waarde van minder dan 40mK.
Dit betekent dat hij temperatuurverschillen van minder dan 0,04°C kan waarnemen. Dit is cruciaal voor het zien van dieren met weinig contrast.
Fout 4: De camera bewegingen niet uitschakelen
Je staat op een uitkijkpunt. Je warmtebeeldcamera hangt op een statief, zodat je misstappen bij de aanschaf voorkomt.
Je ziet een groep wilde zwijnen. Je probeert ze scherp in beeld te brengen, maar je hand trilt een beetje. Je probeert de camera stil te houden, maar je beeld beweegt.
De dieren bewegen ook. Het gevolg is een onscherp beeld waarin je de contouren niet meer goed kunt onderscheiden.
Je telt dubbel of je mist er een. Deze fout lijkt triviaal, maar hij is funest voor de nauwkeurigheid.
Een bewegend beeld maakt het onmogelijk om de randen van dieren scherp te evalueren. Vooral bij groepen die door elkaar lopen, verlies je het overzicht volledig. De gevolgen zijn een verhoogde foutmarge en een tijdrovende nabewerking van je beeldmateriaal. Oplossing: Gebruik altijd een stabiel statief. Zorg dat de poten stevig staan en de kop goed is vastgezet.
Gebruik de digitale beeldstabilisatie (EIS) als je camera die heeft. Nog beter is het uitschakelen van onnodige beweging.
Scan langzaam en systematisch. Gebruik een draaibare kop om soepel te draaien zonder de camera te hoeven tillen. Als je camera een 'Stadiometer' (afstandsmeter) heeft, gebruik deze dan om je focus scherp te stellen op de juiste afstand.
Fout 5: Je kijkt alleen naar de warmtebron, niet naar de vorm
Je ziet een heldere vorm. 'Dier!' denk je. Je noteert het. Later, bij de analyse, zie je dat het om een struik ging die net iets warmer was dan de omgeving.
Of het was een stapel hout. Of een konijn dat net onder een heg vandaan kwam.
Je bent gefocust op het 'hittepatroon' en vergeet de context. Deze fout ontstaat door haast en een teveel aan vertrouwen in de camera. De camera toont warmteverschillen, maar hij vertelt je niet wat het is.
Een warmtebeeldcamera is geen toverstaf. De gevolgen zijn misidentificaties. Je noteert een ree terwijl het een haas was, of je telt een vos die eigenlijk een vos was, maar de vorm was onduidelijk. Oplossing: Train je oog voor vorm en gedrag. Een ree heeft een specifieke vorm en houding.
Een vos heeft een andere staart. Kijk naar de grootte, vorm, beweging en locatie.
Is de vorm lang en smal (vos) of compact en vierkant (konijn)? Zit het dier in de boom (eekhoorn)? Gebruik de camera om het te lokaliseren, maar gebruik je kennis en eventueel een nachtkijker of verrekijker om het te identificeren.
Fout 6: De verkeerde focus en scherpstelling
Je ziet een vorm. Je probeert scherp te stellen, maar de focusknop reageer traag.
Of je vergeet überhaupt om scherp te stellen. Je beeld is iets wazig.
Je denkt: 'Het is goed genoeg.' Je telt de groep. Later blijkt dat je twee dieren hebt geteld die eigenlijk drie waren, omdat de contouren in elkaar overliepen. Een warmtebeeldcamera heeft een beperkte scherptediepte.
Als je niet scherpstelt op de juiste afstand, vervagen de voorgrond of de achtergrond. Vooral bij groepen dieren op afstand is scherpte essentieel om individuen te onderscheiden. Een onscherp beeld leidt tot interpretatiefouten. Oplossing: Gebruik de autofocus functie als je die hebt, maar controleer handmatig. De beste methode is om scherp te stellen op een object op de afstand waar je de dieren verwacht.
Veel camera's hebben een hotspot-functie of een centrumkruis. Richt op een boom of een paal op de juiste afstand, stel scherp en scan dan verder.
Wees kritisch: als het beeld niet scherp is, tel dan niet.
Fout 7: Te snel scannen en geen systeem
Je staat op een uitkijk. Je richt de camera links, dan rechts, dan weer terug. Je ziet een beweging, je schiet erop af, je telt, en je beweegt door.
Je hebt geen methode. Je bent aan het 'jagen' met je camera in plaats van systematisch te tellen.
De kans dat je dieren mist die net buiten je gezichtsveld vallen of die je over het hoofd ziet door de hectiek is groot. Waarom dit misgaat: je brein kan niet tegelijkertijd systematisch scannen en tellen.
Je raakt overweldigd door de hoeveelheid beeldinformatie. Je mist de structuur. De gevolgen zijn incomplete tellingen en een gebrek aan herhaalbaarheid.
Oplossing: Ontwikkel een scanpatroon. Deel het gebied op in kwadranten.
Scan elk kwadrant langzaam van links naar rechts en van boven naar beneden. Gebruik de optische zoom om eerst een overzicht te krijgen en daarna in te zoomen op verdachte zones. Houd een telling bij op papier of in je telefoon. Tel groepen apart en tel individuen na. Neem de tijd. Een goede telling duurt langer dan een snelle scan.
Checklist: Voorkom deze fouten bij je volgende telling
Gebruik deze checklist om je setup te controleren voordat je op pad gaat.
- Apparatuur:
- Is de lens schoon?
- Is de batterij vol (> 80%)?
- Is het geheugen leeg?
- Staat de resolutie op maximaal?
- Instellingen:
- Welke kleurpalette gebruik je? (Pas aan op de omgeving)
- Staat de helderheid/contrast goed?
- Is de autofocus uitgeschakeld of handmatig bijgesteld?
- Staat de beeldstabilisatie aan?
- Omgeving:
- Wat is de omgevingstemperatuur?
- Zit er veel beweging in de lucht (bladeren, regen)?
- Is de wind van invloed op je stabiliteit?
- Strategie:
- Wat is mijn scanpatroon?
- Op welke afstand stel ik scherp?
- Neem ik de tijd voor de telling?
Zet hem op je telefoon of print hem uit. Een warmtebeeldcamera is een krachtig instrument, maar alleen als je de veelgemaakte fouten bij warmtebeeldcamera's vermijdt die je resultaten ondermijnen. Door bewust te zijn van je instellingen, je techniek en je interpretatie, wordt je telling niet alleen nauwkeuriger, maar ook veel waardevoller voor je werk in de natuur.